Ziep, Rolstoel, Toverpaard, het kinderboek van Freek van Duin

Begin 2014 werd ik door Mijn Geheim op pad gestuurd voor een dubbelinterview met Freek van Duin, een 23-jarige jongeman met de ziekte van Duchenne, en zijn moeder Ria. Twee mensen met een enorm positieve inslag en ik zal nooit het hilarische moment vergeten hoe ze samen plotseling Brigitte Kaandorp imiteerden: “Ik heb een heel zwaar leven… echt heel zwaar… alles is voor mij ontzettend moeilijk… moeilijk, moeilijk, moeilijk…” Ik lag onder de tafel van het lachen.

Lees hier mijn interview met Freek: https://www.mijngeheim.nl/wp-content/uploads/2019/01/MG1401p04_08Duchenne.pdf

Directe aanleiding van het interview was Freeks boek: Duchenne, Het leven als een schaakspel, geschreven onder het pseudoniem Freark Alexander, zijn officiële Friese naam. Ondertussen speelde Freek al met een idee over een tweede boek en dat is zojuist uitgekomen! Een enorme prestatie als je je bedenkt dat hij enkel zijn vingers kan bewegen!

Het kinderboek Ziep, Rolstoel, Toverpaard is geïllustreerd door tekenaar Kees Koorevaar. Tim Knol en zijn platenmaatschappij Excelsior boden aan om het boek uit te brengen in combinatie met een soundtrack.

lees alles hierover op Freeks website: https://www.freekvanduin.com

en bestel het boek en de cd in de shop van Excelsior: https://shop.excelsior-recordings.com/products/freek-van-duin-ziep-rolstoel-toverpaard

Teuntje de Haan verloor haar vader tijdens de Watersnoodramp

IMG_2974

Al ben ik zelf van na ’53, dat jaartal associeer ik altijd met de Watersnoodramp. De verhalen erover op de lagere school hebben vroeger diepe indruk op mij gemaakt. Na het lezen van het boek van Teuntje, en door het interview dat ik onlangs met haar had, heb ik er een nog duidelijker beeld bij gekregen. Heftig!

lees hier het interview/ klik op de link:

MGS1807 p06-11 Watersnoodramp Teuntje de Haan

 

 

Koppzorgen, een boek van Judith Evelien

IMG_1041

Mijn eerste interview na een revalidatie van negen maanden vond plaats in het voor mij inmiddels zeer vertrouwde café van revalidatiecentrum Reade aan de Overtoom. Het was een warm en open gesprek met een mooie jonge vrouw die terugblikte op haar verdrietige jeugd.

Samen met een jongere broer groeide Judith Evelien op bij een depressieve en psychosegevoelige moeder die uiteindelijk geen uitweg meer zag en een einde aan haar leven maakte. In haar boek Koppzorgen vertelt Judith welke impact dit heeft gehad op haar leven.

Na afloop van het interview liepen we samen naar onze fietsen. Het was begin januari en inmiddels donker buiten. Ik was moe en voelde de bijwerkingen van mijn avondmedicatie opkomen: suffig in mijn hoofd en wazig zicht. Het was de eerste keer sinds mijn dwarslaesie dat ik op mijn aangepaste fiets in het donker door de stad moest fietsen. Ik voelde me wat onzeker. Dat had Judith, fijngevoelig als ze is, ogenblikkelijk in de gaten en ze stond erop om een stuk met me op te fietsen.

Thuisgekomen dacht ik bij mezelf: wat een leuk mens. Haar drie dochtertjes boffen maar met zo’n zorgzame moeder! En dat hebben ze misschien ook een beetje te danken aan hun overleden grootmoeder…

Dat zul je vast begrijpen als je het interview hebt gelezen met Judith Evelien MGSP1802_p056

Je kunt Judith ook volgen op haar Facebookpagina Koppzorgen.

Anna’s oorlog: een autobiografisch boek over een meisje dat seksueel wordt misbruikt door haar moeder.

IMG_0365.PNG

lees hier het interview met Marianne Janssen

fullsizeoutput_1143

Onlangs is er weer een nieuw boek van haar verschenen, ditmaal over Indische mensen in Nederland: De soep ruikt naar hond.

IMG_0366.PNG

Uit het persbericht:

Vlak na WOII, moesten 300.000 Indische Nederlanders vanuit de tropen naar het koude Nederland vluchten.
Kou in meerdere opzichten, want de Indische Nederlanders hadden weliswaar een Nederlands paspoort en spraken vloeiend de taal, maar desondanks waren ze bij de meeste mensen niet welkom.
‘Ze pikken onze huizen, ze pikken onze banen, rot op, ga terug naar je eiland!’ waren de meest gehoorde ‘welkomstwoorden’.
De Indische Nederlanders zetten hun schouders eronder, wenden en pasten zich aan, vaak meer dan nodig was.
In De soep ruikt naar hond vertellen niet alleen zíj hun verhalen, maar ook hun kinderen en kleinkinderen, nog allemaal gekust door de Insulinde.
Dat zijn weemoedige verhalen maar ook vrolijke, trieste maar ook merkwaardige. Het zijn verhalen tussen nasi en boerenkool, tussen pinda’s en kaaskoppen.
Het zijn herkenningsverhalen.

http://www.mariannejanssen.nl