Leven met een dwarslaesie

Niek van den Adel

Toen ik Niek van den Adel interviewde kon ik natuurlijk niet bevroeden dat ik twee jaar later zelf met een dwarslaesie zou moeten leren leven, al heb ik godzijdank een partiële dwarslaesie en geen complete zoals Niek.

Tijdens mijn interne revalidatie op de dwarslaesie afdeling van Reade heb ik veel mensen zoals Niek ontmoet. Ongelooflijk sterk, humorvol en altijd optimistisch, in elk geval aan de buitenkant. Zijn boek Crash lag tijdens de voorlichtingsmiddagen op de leestafel. Nadien heb ik het onderstaande interview met hem nog eens doorgelezen, maar toch met een heel andere blik… Zo zie je maar, elk interview is slechts een momentopname. Ik zou hem nu waarschijnlijk weer heel andere vragen stellen.

MG1604p04_08TussenDeRegels

Pascale Bruinen – Mijn eerste lijk is gelukkig vers

Schermafbeelding 2018-01-02 om 22.14.18.png

Inmiddels heeft Pascale een behoorlijke carrièreswitch gemaakt. In oktober 2016 verscheen haar tweede boek, Het jaar van de uil. Daarin beschrijft ze een heel bijzondere gebeurtenis die ze meemaakte na het overlijden van haar vader en die haar wereld totaal op haar kop heeft gezet…

Wil je het interview lezen? Klik dan op de link hieronder:

Pascale Bruinen TussenDeRegels

 

 

Anna’s oorlog: een autobiografisch boek over een meisje dat seksueel wordt misbruikt door haar moeder.

IMG_0365.PNG

lees hier het interview met Marianne Janssen

fullsizeoutput_1143

Onlangs is er weer een nieuw boek van haar verschenen, ditmaal over Indische mensen in Nederland: De soep ruikt naar hond.

IMG_0366.PNG

Uit het persbericht:

Vlak na WOII, moesten 300.000 Indische Nederlanders vanuit de tropen naar het koude Nederland vluchten.
Kou in meerdere opzichten, want de Indische Nederlanders hadden weliswaar een Nederlands paspoort en spraken vloeiend de taal, maar desondanks waren ze bij de meeste mensen niet welkom.
‘Ze pikken onze huizen, ze pikken onze banen, rot op, ga terug naar je eiland!’ waren de meest gehoorde ‘welkomstwoorden’.
De Indische Nederlanders zetten hun schouders eronder, wenden en pasten zich aan, vaak meer dan nodig was.
In De soep ruikt naar hond vertellen niet alleen zíj hun verhalen, maar ook hun kinderen en kleinkinderen, nog allemaal gekust door de Insulinde.
Dat zijn weemoedige verhalen maar ook vrolijke, trieste maar ook merkwaardige. Het zijn verhalen tussen nasi en boerenkool, tussen pinda’s en kaaskoppen.
Het zijn herkenningsverhalen.

http://www.mariannejanssen.nl