Teuntje de Haan verloor haar vader tijdens de Watersnoodramp

IMG_2974

Al ben ik zelf van na ’53, dat jaartal associeer ik altijd met de Watersnoodramp. De verhalen erover op de lagere school hebben vroeger diepe indruk op mij gemaakt. Na het lezen van het boek van Teuntje, en door het interview dat ik onlangs met haar had, heb ik er een nog duidelijker beeld bij gekregen. Heftig!

lees hier het interview/ klik op de link:

MGS1807 p06-11 Watersnoodramp Teuntje de Haan

 

 

Leven met een dwarslaesie

Niek van den Adel

Toen ik Nick interviewde kon ik natuurlijk niet bevroeden dat ik twee jaar later zelf met een dwarslaesie zou moeten leren leven, al heb ik godzijdank een partiële dwarslaesie en geen complete zoals Nick. Dat is een behoorlijk verschil.

Tijdens mijn interne revalidatie op de dwarslaesie afdeling van Reade heb ik veel mensen zoals Nick ontmoet. Sterk, humorvol en optimistisch, in elk geval aan de buitenkant. Zijn boek Crash lag tijdens de voorlichtingsmiddagen op de leestafel. Nadien heb ik mijn onderstaande interview met hem nog eens doorgelezen.

MG1604p04_08TussenDeRegels

Waarom lig ik eigenlijk op een dwarslaesieafdeling?

IMG_8622

19 april 2017 Reade

Tien dagen na mijn operatie in het AMC word ik per ambulance vervoerd naar revalidatiecentrum Reade aan de Amsterdamse Overtoom. De chauffeur duwt mijn rolstoel naar de derde verdieping en zoekt naar een verpleegkundige.

“We verwachten geen Birney, misschien moet u op de tweede zijn.”

Daar wacht ons hetzelfde verhaal.

“Het is altijd wat!”, moppert de ambulancebroeder.

Ondertussen kijk ik behoedzaam en nieuwsgierig om me heen. Het is een plotselinge noodgedwongen verandering van woonomgeving zoals ik al vaker heb meegemaakt in mijn leven. Weliswaar voor tijdelijk, maar voorlopig zal ik hier mijn plek moeten veroveren.

Op de eerste verdieping, afdeling D, hier moet ik zijn.

De gangen doen dienst als parkeerplaats voor ontelbare rolstoelen in alle soorten en maten. Elke keer als we een toiletruimte passeren word ik bedwelmd door een penetrante stank van urine en ontlasting. Later zal ik begrijpen waarom. Er hangt veel kunst aan de muren en de patiënten zien er best goedgeluimd uit. In een grote binnenruimte staat een piano, een paar hometrainers, twee computers, een rolstoelweegschaal en een tafel met spelletjes en tijdschriften. De kamer waar de verpleging bivakkeert kijkt erop uit. Er hangt een huiselijke warme sfeer.

Stephanie, een piepjonge blondine met een Noord-Hollands accent, brengt me naar een vierpersoonskamer en parkeert mijn rolstoel naast het eerste ziekenbed rechts. Ik word voorgesteld aan twee mannen en een vrouw, alledrie zo’n beetje rond mijn leeftijd. Tussen onze bedden hangen lichtkleurige katoenen gordijnen, maar die zijn open. Aan de muren met ansichtkaarten is af te lezen hoe lang de anderen hier al liggen. In de vensterbank staan bloemen en paasstukjes en op de luchtstroom danst een lachende ballon.

Daar ben ik dan.

De vrouw naast me heeft iets vreemds aan haar schouder, iets met het zenuwstelsel. De mannelijke kamergenoten hebben jaren geleden op jonge leeftijd een dwarslaesie opgelopen en zijn hier vanwege complicaties. Ik weet dat een dwarslaesie iets vreselijks is. Ik heb een keer iemand geïnterviewd die dat heeft, meer dan dat weet ik er niet van. Wel vreemd dat ze mij hier tussen leggen.

“Waarom lig ik eigenlijk op een dwarslaesieafdeling?”, vraag ik aan Stephanie.

“Omdat je een dwarslaesie hebt”, antwoordt ze schaapachtig. “Hebben ze je dat niet verteld in het AMC?”

Bam!

Mijn onderlijf is nog voor een deel verlamd, ik kan amper lopen en voel me een hulpeloos kind compleet met volgepoepte luiers. Ik kan niet meer plassen en zes keer per dag spreid ik mijn benen om handmatig te worden gekatheteriseerd, steeds weer door een andere verpleegster of verpleger. Het herinnert me aan het seksueel misbruik waar ik als vijftienjarige mee moest dealen. Dat oude monster duikt weer op, mijn leven trekt aan me voorbij.

Ik waan me terug in het kindertehuis, op slaapzaal met ieder een eigen kastje, me terugtrekken in bed, de stinkwc’s en de leiding die op een vast tijdstip het licht uitdoet. Net als vroeger observeer ik hier het groepsproces tijdens de maaltijden, we grappen over de Hollandse pot en delen onze dagelijkse ongemakken. Ik verover mijn plek.

Maar de tranen gaan weer stromen, net als de dagen ervoor in het AMC. Niet eens zozeer vanwege die afgrijselijke diagnose die mijn hele leven overhoop gooit. Ik huil vanwege het boek dat ik al drie keer heb gelezen en dat ik sinds mijn opname als een versleten bijbel bij me draag. Ook nu weer ligt De tolk van Java op mijn nachtkastje.

Ik kan me niet herinneren ooit zoveel te hebben gehuild.

Een week later word ik tot mijn verrassing onverwacht overgeplaatst naar een van de weinige eenpersoonskamers, compleet met eigen badkamer en toilet.

Vooruit achteruit

OriginalPhoto-547028612.156952.jpg

Daar staat ze weer mooi te wezen in het scheepsdok: Alida, mijn voormalige binnenvaartsleper waar ik al 36 jaar op woon. Voor mij is het nu de zevende keer dat ik met haar op de werf ben. Nadat ik de eerste twee keer met Alida bij scheepswerf Brouwer in Zaandam was geweest, wilde ik eens een kleinere Amsterdamse werf uitproberen. De gigantische Güldner scheepsmotor van 6 oude PK was er toen al uit gehesen door ‘die lange’, zoals de sluwe Amsterdamse scheepssloper Willem Jansen op het sloopterrein werd genoemd.

“Hoe diep steekt tie nu?”, mompelde de ouwe hellingbaas in Amsterdam-Noord. En na wat gepeins en gereken: “Laat maar komme, die verdomde schuit.” En ja hoor, scheepswerf Ceuvel de Volharding bleek net krachtig genoeg om mijn stalen bakbeest te temmen al was het een zenuwslopende operatie.

Ook het kleine scheepswerfje Stella Maris was niet gewend aan zo’n zwaargewicht maar het lukte. Prompt prijkte Alida nog datzelfde jaar op hun nieuwjaarskaart voor de vaste klandizie. Die hadden ze toch maar mooi met man en macht op de helling getrokken.

Die ouwe bootwerkers beschikken over een enorme stoot ervaring en vakkennis. Op de meetbrief staat: bouwjaar en bouwplaats zijn onbekend. Maar aan de bouw van de romp en zelfs aan het profiel van de stalen platen in de machinekamer, konden ze aflezen dat Alida van origine een stoomsleper is van Duitse makelarij en daar ergens rond 1900 moet zijn gebouwd. Er zouden zelfs kanonnen op hebben gestaan en het schip is hoogstwaarschijnlijk achtergelaten door de moffen tijdens hun vlucht uit Nederland. Feitelijk bewoon ik dus een oorlogsbuit.

Met de boot naar de helling.

Dat beleefde ik altijd als een klein avontuur. Nadat het schip met de hellingkar op het droge was getrokken, spoot ik de scheepshuid schoon met zo’n krachtige hogedrukspuit waar je lekker met je volle gewicht tegenaan moest hangen om niet om te lazeren. Je hoorde de arme mosseltjes piepen. Zodra het schip droog stond, kwam de werfbaas met een grote voorhamer en ramde erop los. Aan het geluid kon hij horen waar zwakke plekken zaten. Een paar rotte klinknagels oplassen was normaal maar als ik pech had, moest ergens een plaatje op worden gelast. Een dure grap, maar er viel altijd op een speelse manier wat af te dingen of een beetje te sjoemelen door een deel te betalen zonder bon.

En dan tweeenhalve dag teren met de bokkepoot en rollers aan een lange stok, tweemaal rondom tot aan het berghout en een keer extra op de waterlijn. Met hulp van vrienden, soms ook alleen. Met een volgesmeerde kop vaseline en een hoofddoekje op of pet. Het was altijd wel afzien maar het scheelde honderden guldens.

Ondertussen kampeerde ik dan in mijn eigen boothuis zonder stromend water, afvoer, aardgas en elektra, dus ook zonder douche en plee. Maar het personeel deed altijd moeite om het me zo comfortabel mogelijk te maken met een draadje stroom, een waterslangetje en zelfs een keer een afvoer van het toilet. Eenmaal terug in het water kwam het sleepbedrijf van Ramiro da Silva om de boot weer terug te slepen naar haar vertrouwde stek op de Amstel.

Maar tijden veranderen.

Zelf afspuiten mag niet meer en de vervuilde riviermosseltjes die vroeger gewoon in de rivier werden gedumpt, worden nu gewogen en voor het afvoeren betaal je per gewicht. Ook het zelf afkrabben en teren onder de waterlijn is verleden tijd. Dat is nu opeens te gevaarlijk. Echte teer mag trouwens niet meer worden gebruikt. Het milieuvriendelijke smeersel heet nu keurig Sigma Vikote 12 primer en Vikote 42 coating en ze spuiten die handel er in een mum van tijd op. En dat allemaal onder het mom van milieuvriendelijkheid. Maar ondertussen wordt daar uiteraard goed aan verdiend.

Kleine werfjes gingen vanwege allerlei nieuwe regelgeving op de fles. Ceuvel de Volharding heet nu Ceuvel en is een broedplaats annex café geworden voor keuvelende jongelui. De oude werkbaas van Stella Maris is overleden en de zoon richt zich enkel nog op het kleinere grut. Ik moest weer uitwijken naar Zaandam waar men Alida liever in het droogdok zette. Want al staat er geen motor meer in, vanwege haar diepgang blijft ze een lastige tante om op een helling te trekken.

Nu staat ze voor de tweede maal in dok 3 van een Zaanse scheepswerf.

De werf is sinds een paar jaar in handen van een nieuwe eigenaar, zo’n jonge miljonairszoon die zelf niets heeft hoeven opbouwen en dus ook niets heeft te verliezen. En dat is te merken… De voorheen vriendelijke scheepswerf is veranderd in een kil zakelijk bedrijf waar je bij binnenkomst een stapeltje A-4tjes met stompzinnige regeltjes in je handen krijgt gedrukt, inclusief boeteclausules bij overtredingen. Zaten er vroeger slechts twee mensen op kantoor, de baas en zijn secretaresse, nu is het kantoorpersoneel niet meer te tellen al maakt dat de communicatie allesbehalve helder. Wel wordt uitdrukkelijk medegedeeld om de factuur te voldoen vóór het verlaten van de werf. Over een deel betalen zonder bon durf ik niet eens te beginnen. Voor je het weet zien ze mij aan voor een witwascrimineel.

Enfin.

We zitten nu al bijna twee weken in de stank van verrotte vis bij een temperatuur van 26 graden omdat de afgespoten troep nog steeds niet is afgevoerd. De strontvliegen en binnenvaartmuggen draaien hier overuren. De stroom valt een paar keer per dag uit, zelfs tijdens de laswerkzaamheden, voor een beetje WiFi en een slangetje drinkwater liggen we te ver weg van het hoofdgebouw en aan het sanitair is de afgelopen jaren geen rooie cent besteed. Wat kost nou zo’n ding waar je een douchekop op kunt schuiven en waarmee je hem kunt richten op je hoofd in plaats van op de blinde muur? En dan vinden ze het raar dat al die nieuwgeldbootbewoners gedurende de hele werfbeurt op hun kont zitten onder de koperen ploert op Hawaï.

“Desinteresse”, noemde de bedrijfsleider het minachtend tijdens het maken van de afspraak voor onze werfbeurt. Ik was het volledig met hem eens. De nieuwe generatie woonbootbewoners begrijpt inderdaad niks van het botenleven. Ze kopen een schip, strippen de boel, plaatsen er een Ikeakeuken in en laten een paar rechthoeken uit de romp snijden voor een stel kunstof ramen. En als ze een meter water in het vlak ontdekken, komen ze bij ons een klokpomp lenen.

Die lui kom je op deze werf niet tegen. Maar zelfs ik, als doorgewinterde bootbewoner kan ze daar helaas geen ongelijk in geven. De service richting klanten die tijdens de werfbeurt op hun boot willen blijven wonen is gedaald naar nul.

Ook de vaklieden die hier al tientallen jaren werken ergeren zich aan de aftakeling. De werf is als een stuurloos schip nu de stevige structuur is weggevallen en de authentieke sfeer om zeep is gebracht. Ze morren en zijn minder gemotiveerd nu ze ploeteren voor zo’n snelle jongen die zich verslikt in innovatie en niets begrijpt van het verleden, laat staan dat hij er iets van heeft geleerd. Kan hem wat schelen. Het zal me dan ook niets verbazen als de hele handel binnen een paar jaar van de hand wordt gedaan voor het driedubbele.

In een oude Schuttevaer lees ik een interview met hem en de quote bij het fotobijschrift zegt me genoeg: “De vorige directie was wat van de oudere stempel: jij doet zus, jij doet zo. Ik ben veel meer van: hoe zou jij dat doen?”

Eh…

Nou, als je het mij vraagt, in ieder geval niet zoals jij.

Koppzorgen, een boek van Judith Evelien

IMG_1041

Mijn eerste interview na een revalidatie van negen maanden vond plaats in het voor mij inmiddels zeer vertrouwde café van revalidatiecentrum Reade aan de Overtoom. Het was een warm en open gesprek met een mooie jonge vrouw die terugblikte op haar verdrietige jeugd.

Samen met een jongere broer groeide Judith Evelien op bij een depressieve en psychosegevoelige moeder die uiteindelijk geen uitweg meer zag en een einde aan haar leven maakte. In haar boek Koppzorgen vertelt Judith welke impact dit heeft gehad op haar leven.

Na afloop van het interview liepen we samen naar onze fietsen. Het was begin januari en inmiddels donker buiten. Ik was moe en voelde de bijwerkingen van mijn avondmedicatie opkomen: suffig in mijn hoofd en wazig zicht. Het was de eerste keer sinds mijn dwarslaesie dat ik op mijn aangepaste fiets in het donker door de stad moest fietsen. Ik voelde me wat onzeker. Dat had Judith, fijngevoelig als ze is, ogenblikkelijk in de gaten en ze stond erop om een stuk met me op te fietsen.

Thuisgekomen dacht ik bij mezelf: wat een leuk mens. Haar drie dochtertjes boffen maar met zo’n zorgzame moeder! En dat hebben ze misschien ook een beetje te danken aan hun overleden grootmoeder…

Dat zul je vast begrijpen als je het interview hebt gelezen met Judith Evelien MGSP1802_p056

Je kunt Judith ook volgen op haar Facebookpagina Koppzorgen.

Pascale Bruinen – Mijn eerste lijk is gelukkig vers

Schermafbeelding 2018-01-02 om 22.14.18.png

Inmiddels heeft Pascale een behoorlijke carrièreswitch gemaakt. In oktober 2016 verscheen haar tweede boek, Het jaar van de uil. Daarin beschrijft ze een heel bijzondere gebeurtenis die ze meemaakte na het overlijden van haar vader en die haar wereld totaal op haar kop heeft gezet…

Wil je het interview lezen? Klik dan op de link hieronder:

Pascale Bruinen TussenDeRegels

 

 

Thijske..

Terwijl we vrolijk kerst vieren voltrekt zich in Someren een persoonlijk drama. Wie herinnert zich het item in Joris’ Showroom over de keutelboer en kunstenaar Thijs van Deursen, door de dorpsgenoten lieflijk Thijske genoemd? Iedereen kent hem daar, het is hun paradijsvogel. Maar daar houden miesmuizers niet van. Vreemde vogels moeten worden gekortwiekt en lange tijd hebben een paar etters het leven van Thijske zuur gemaakt. Ze belden stiekem naar de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming. Hij zou niet goed zijn voor z’n koeien want ze waren mager en hadden kromme ruggen. Wie weet nog hoe een oude koe eruit ziet? Bij Thijske mochten ze bejaard worden, dus lelijk. Niet te vergelijken met de opgepompte ‘schoonheden’ uit de bio-industrie. Thijske’s koeien stonden op z’n ouderwets buiten in de regen want voor een goede stal had hij geen centen. Maar zijn beesten kwamen niets te kort. Hij zorgde beter voor zijn dieren dan voor zichzelf maar daar had de plaatselijke politiek geen boodschap aan. Ze treiterden de man met regeltjes die normaliter gelden voor een professioneel boerenbedrijf. Uiteindelijk hebben ze hem zo dwarsgezeten dat hij het niet meer aankon. Hij wilde dood en heeft gif ingenomen maar men heeft hem voortijdig gevonden en opgenomen in een psychiatrische inrichting.
Op 21 december werd de Somerse Brugstraat afgesloten en hebben ze zijn dieren afgeschoten. Tenminste, de dieren die ze niet hebben kunnen vangen en dat schijnen er aardig wat te zijn geweest. Over dierenwelzijn gesproken… Ook heeft men zijn huis onbewoonbaar verklaard. Mocht Thijske van Deursen weer uit de kliniek komen, dan heeft hij niets meer. Ja, een torenhoge schuld vanwege het ongevraagd afschieten van zijn stieren waar hij wellicht de rekening van krijgt gepresenteerd. Alles wat hem dierbaar was, is hij kwijt. Zal hij ooit over dit grote verdriet heenkomen? De mensen die deze paradijsvogel de nek om wilden draaien, kunnen in ieder geval tevreden in hun handjes wrijven. Van die rare man zijn ze eindelijk af.

Hieronder het ontroerende televisie-item uit 2012

 

Bagger

HipstamaticPhoto-486829208.184902

Wie heeft nog niet meegedaan aan de zwart-wit foto challenge op Facebook?

Ik!
Maar waarom eigenlijk niet?

Het is de bedoeling dat je 7 dagen een zwart-witfoto post van je leefomgeving zonder mensen en zonder verhelderend commentaar. Dat zijn drie eisen in één maar daar laat men zich niet door hinderen. En dus zie ik al wekenlang allerlei zwart-witplaatjes voorbijkomen, soms mooie maar het merendeel vind ik eerlijk gezegd niet om aan te zien. Op de fotografieopleiding noemden we elkaars mislukte plaatjes bagger.

Eens was zwart-wit fotografie een vak apart, een ambacht. Voor mij een passie vooral. Om geld uit te sparen kocht ik 30 meter Tri-X van Kodak en zo maakte ik met behulp van een spoelapparaat mijn eigen filmrolletjes van 36 opnamen. Tot ik ergens las dat een gerespecteerde fotografe, ik meen Eva Besnyo, de straat op ging met één fotorolletje van slechts 5 opnames. Zo dwong ze zichzelf om extra kritisch te kijken alvorens de ontspanknop in te drukken. Maar die Eva’s zijn er niet meer want met de komst van de smartphone waant iedereen zich tegenwoordig fotograaf. We schieten in het wilde weg om ons heen en kijken naderhand wel of er iets tussen zit. Moet het zwart-wit zijn? Dan gooien we er even een zwart-witfiltertje overheen en klaar is Kees. Ja hallo! Zo werkt dat niet hoor!

Bij zwart-wit fotografie kijk je als het ware door een zwart-wit bril en dan ziet de wereld er totaal anders uit. Nee, niet somber, saai of hard, het is eerder blikverruimend. Je ziet dingen die veel mensen niet zo opvallen zoals schaduwen, lijnenspel en contrasten. Het daagt je uit tot het vormen van krachtige composities door bewust je camerastandpunt in te nemen. Een stapje opzij, de camera iets bijsturen, wachten op iets sterker zonlicht. Beter fotograferen leer je door veel in zwart-wit te schieten.

Helaas hebben veel challengers die prachtkans laten liggen… Evenals de enorme keuze aan onderwerpen in de leefomgeving. Over het algemeen reikt de fotofantasie van de gemiddelde Hollander niet verder dan selfies, de kat of de kop van de verwende kleuter, maar juist portretten zijn bij deze uitdaging verboden. Dus maakt men maar kiekjes van een berg vuile was, de rommelige tafel, de televisie of de saai betegelde achtertuin. Verhelderend commentaar van de maker is ongewenst maar de hoeveelheid lovende reacties van vrienden liegen er niet om. Wow! Mooi!! En uiteraard heel veel hartjes.

Gelukkig weten de meeste facebookers zelf ook wel dat het er niet zo tof uitziet. Als ze foto 7 plaatsen lees je de opluchting tussen de regels door. Poeh poeh, het is klaar. Who’s next?

Binnenkort is het blik met gegadigden gelukkig leeg.